Filosofen in retraite
Twee jaar geleden gaf een internationale visitatiecommissie de techniekfilosofen van de universiteiten in Delft, Eindhoven en Twente het predikaat 'excellent'. Dat leidde er gelukkig niet toe dat de filosofen in Delft tevreden achterover gingen leunen. Integendeel, ze timmeren nog altijd flink aan de weg. Sabine Roeser en Ibo van de Poel van de sectie Filosofie van TBM sleepten elk een fellowship binnen van het prestigieuze Netherlands Institute of Advanced Studies (NIAS).

Het fellowship geeft Roeser en Van de Poel de kans om een jaar lang ongestoord na te denken, in een rustgevende omgeving aan de rand van de Wassenaarse duinen. De statige gebouwen van het NIAS bieden daar plaats aan ongeveer veertig talentvolle wetenschappers uit binnen- en buitenland. Zij worden in de watten gelegd om ongestoord aan publicaties te werken. Ze beschikken elk over een eigen werkkamer met uitzicht op hoge bomen. De NIAS-medewerkers verstrekken alles dat zij verder nodig hebben: van bibliotheekboeken en presentatieruimten tot goede maaltijden en overnachtingsmogelijkheden.
Toevallig
Dat Sabine Roeser en Ibo van de Poel tegelijkertijd een fellowship kregen toegekend is toevallig. De onderzoeksprojecten waaraan zij werken staan op zichzelf. Wat gaan ze precies doen met al die tijd, rust en concentratie? Sabine Roeser: "Het is een heerlijk vooruitzicht om tijd te hebben voor mijn grote passie: onderzoek. Ik kreeg vier jaar geleden een VENI-subsidie van NWO toegekend voor mijn onderzoek naar de rol van emoties bij het beoordelen van technologische risico's. Op het NIAS ga ik dit onderzoek verder uitbouwen. Ik heb vorig jaar vier boekcontracten afgesloten, voor zeker één daarvan kan ik het werk in Wassenaar doen. Daar heb ik er alle ruimte voor."
Ook Van de Poel verheugt zich op de retraite. "Ik heb veel onderwijs- en managementtaken uitgevoerd de laatste jaren, onder andere als algemeen directeur van het 3TU Centre of Ethics (het onderzoeksinstituut van de drie technische universiteiten gezamenlijk, red.). Ik zie ernaar uit om een jaar lang na te kunnen denken en te kunnen schrijven. Het is in academische zin ook interessant om mensen te ontmoeten uit andere disciplines, die werken aan heel andere projecten." Beide onderzoekers zullen nog enkele neventaken doen vanaf september. Roeser neemt onder andere het directeurschap van het 3TU centrum over van Van de Poel. Allebei gaan ze door met de begeleiding van AIO's.
Direct begrip
Sabine Roeser, die de kunstacademie deed in Maastricht, daarna de studies filosofie en psychologie met succes doorliep en promoveerde in Amsterdam, vertelt gepassioneerd over haar onderzoeksonderwerp. "Wat ik wil aantonen is dat ethiek en emoties niet alleen maar subjectief zijn, zoals volgers van David Hume denken, of dat emoties vanwege hun vermeende subjectiviteit moeten worden uitgebannen uit het morele denken, zoals volgers van Immanuel Kant willen. Emoties en ook intuïties kunnen objectieve waarheden opleveren. Ze verschaffen inzichten die niet gebaseerd zijn op argumenten, maar op een direct begrip van de werkelijkheid. Zo zijn bijvoorbeeld voor het morele principe dat alle mensen gelijkwaardig zijn, geen argumenten te bedenken. Maar dat dit principe klopt, zien de meeste mensen intuïtief in."
Roeser toont in haar onderzoek aan dat emoties zoals sympathie, empathie, compassie, schuldgevoel en schaamte kunnen laten zien wat moreel belangrijk is, óók bij de afweging van technische risico's. Ingenieurs moeten niet alleen kosten/batenanalyses en kwantitatieve berekeningen maken, maar bij de inschatting van risico's ook ethische aspecten wegen. Ze licht toe: "Een groot deel van de wereldbevolking zal nooit een vliegticket kunnen betalen, maar heeft wel last van de CO2-uitstoot van vliegtuigen. We voeren daarom een milieutax in, of doen onderzoek naar schonere vliegtuigen. Een aanvullende maatregel zou kunnen zijn: maak gebruik van de emotie 'compassie'. Laat burgers bedenken dat als de hele wereldbevolking zou kunnen vliegen, iedereen dat slechts één keer in zijn leven kan doen. Verschaf het inzicht dat het geen vanzelfsprekend recht is om alsmaar in een vliegtuig te stappen."
Roeser verwijst naar empirisch onderzoek waaruit blijkt dat de kwantitatieve risicobenadering van experts niet aansluit bij de veel rijkere risicobeleving van burgers. Het grote publiek neemt ook kwalitatieve aspecten mee. Burgers kijken bijvoorbeeld niet alleen naar de kans dat er een meltdown plaatsvindt in een kerncentrale, maar ook naar wat de gevolgen van een meltdown betekenen. Experts die de angst voor de gevolgen meenemen in hun afwegingen, kijken breder. Ze worden bijvoorbeeld gedwongen na te denken over alternatieven. Roeser: "Emoties zijn niet alleen een instrument om het draagvlak voor technische innovaties te vergroten of te verkleinen, maar ook een bron van kennis. Bij het NIAS ga ik nadenken over de vraag hoe ook ingenieurs die bron kunnen aanboren."
Waardetegenstellingen
Het onderzoek van Ibo van de Poel richt zich niet zozeer op risico-inschattingen, maar meer in het algemeen op de rol die morele waarden kunnen spelen in het ontwerpproces dat ingenieurs doorlopen. Van de Poel is van huis uit ethicus van de techniek. Hij studeerde en promoveerde in Twente en werkt sinds 1998 in Delft. "Innoveren is ook waardetegenstellingen oplossen", zegt hij. "Morele waarden zoals veiligheid, duurzaamheid, rechtvaardigheid en vrijheid spelen een rol in technische ontwerpen. Maar ze kunnen ook met elkaar conflicteren. Als je een auto ontwerpt die duurzaam en betaalbaar moet zijn, kom je al gauw uit op een licht model, maar dan is die auto wel onveiliger. Tenzij we met z'n allen in veel lichtere auto's gaan rijden, dan neemt de veiligheid weer toe. De vraag is dus: wat houden morele waarden in, en hoe verhouden ze zich tot elkaar?" Van de Poel vindt als ethicus dat ingenieurs niet alle waarden in geld moeten proberen uit te drukken, maar die waarden ook op andere manieren tegen elkaar moeten afwegen tijdens het ontwerpproces.
Hij gaat op het NIAS onderzoeken welke verschillende benaderingswijzen er zijn bij het afwegen van morele waarden in het ontwerpen van technische innovaties. Het is ook zijn missie, net als die van Roeser, om de bestaande multicriteria- en de kosten/batenanalyses aan te vullen met filosofische afwegingen. "Wij denken na over zaken waar ingenieurs zich niet bewust van zijn. Onze kritische reflectie kan heel nuttig zijn, bijvoorbeeld om stilzwijgende keuzes over waarden als veiligheid en duurzaamheid expliciet te maken en kritisch te bekijken. Andersom kunnen ingenieurs morele waarden met elkaar verenigen door nieuwe technische oplossingen te bedenken. De Oosterscheldekering is daarvan een voorbeeld. Het is een technische innovatie van de eerste orde, een halfopen kering die tegemoet komt aan twee waarden: veiligheid en zorg voor het milieu. Ik breng de werelden van filosofen en ingenieurs bij elkaar, op een manier die nieuw is."
Vernieuwend
Daarmee heeft Van de Poel één van de redenen te pakken waarom het NIAS hem en zijn collega Roeser de fellowships heeft gegund. Hun onderzoeksveld is vernieuwend. Daarnaast speelde uiteraard hun beider track record een rol. Is het geen aderlating voor de vakgroep, twee zwaargewichten een jaar lang min of meer te moeten missen? "Ach," relativeert Van de Poel, "De vakgroep krijgt van het NIAS geld voor onderwijsvervanging. En als wij na dat jaar de duinen uitkomen met goede publicaties, dan straalt dat ook af op de filosofen in Delft."
The Ethics of Technological Risk
Half februari presenteerden Sabine Roeser en Lotte Asveld van de sectie filosofie een bundel artikelen onder de titel The Ethics of Technological Risk. De bundel is een uitvloeisel van een congres dat Roeser en Asveld organiseerden in 2006 over de rol die ethiek zou moeten spelen bij risicoafwegingen. Zij selecteerden zeventien artikelen van de hand van internationaal toonaangevende ethici, psychologen en sociologen. De belangstelling om een bijdrage te leveren was groot, omdat er op dit terrein nog nauwelijks iets is gepubliceerd. De auteurs van de zeventien artikelen beantwoorden vragen als: wie profiteert van nieuwe technologische vindingen, wie betaalt ervoor en wie heeft te maken met de risico's ervan? Nemen mensen die risico's vrijwillig? Zijn er alternatieven voor de vinding en wat zijn de gevolgen als er iets mis gaat? Wat zijn moreel legitieme afwegingen bij het maken van risico-inschattingen? Welke andere methoden hebben we nodig bij de inschatting - behalve kosten/batenanalyses? Welke rol moet of kan het grote publiek erin spelen?




