Hoe ICT het vertrouwen tussen overheid en bedrijven ondersteunt
Oratie Yao-Hua Tan

Hij is al bijna twee jaar als hoogleraar verbonden aan de faculteit TBM , maar kwam pas eind april toe aan zijn intreerede. Yao-Hua Tan, hoofd van de sectie Informatie en Communicatie Technologie, zette daarin de hoofdlijnen van zijn onderzoek uit. Hij licht ze nog eens toe voor de Quarterly.
De kern: ICT -innovatie vergt meer diplomatie dan programmeren. Neem de uitvoer van een container uit de Rotterdamse haven. Steeds strengere grenscontroles - als gevolg van antiterrorismemaatregelen, maar ook van bezorgdheid over voedselveiligheid - maken dat er voor één container veel papierwerk nodig is. Gemiddeld gaat het om twintig documenten. Fysieke inspecties van goederen houden de handelsstromen verder op. De overheid kan de grenzen steeds verder dichttimmeren en daarmee de Nederlandse handelspositie belemmeren, óf meer vertrouwen stellen in het zelfregulerend vermogen van exporterende bedrijven. Dan is er dus minder toezicht nodig. Tan: “Dat vertrouwen moet dan wel ergens op zijn gebaseerd. Verantwoord vertrouwen, noem ik dat. En hier komt ICT in beeld. Als bedrijven kunnen laten zien dat ze hun eigen controlesystemen goed op orde hebben, als ze die zo inrichten dat er niet mee gesjoemeld kan worden, dan is er een basis voor vertrouwen.”
Het punt is dat de bedrijven zélf het beste weten hoe ze die systemen moeten inrichten. Als er iets mis is met een potje yoghurt in de supermarkt, dan weet de zuivelproducent binnen en paar uur waar de rest van de partij is. De overheid kan meeliften op die gegevens. Tan: “Wat het moeilijk maakt is dat een wereldwijd opererende schroothandelaar te maken heeft met andere veiligheidsissues dan een zuivelexporteur. In schroot kun je bommen verstoppen, bij zuivel praat je over voedselveiligheid. Die bedrijven hebben dus verschillende volgsystemen en verschillende opvattingen van veiligheid. De overheid moet wel de veiligheidseisen stellen, maar ze vertalen naar branches en bedrijven. Vervolgens kunnen systemen erop worden ingericht. De inzet van de techniek is minder moeilijk dan het onderhandelingsproces dat eraan vooraf gaat.”
Bananen
Dit nieuwe, systeemgerichte toezicht op de uitvoer van goederen loopt nog niet erg hard. Bedrijven moeten er een certificaat (AEO) voor halen, en dat doen er veel minder dan was verwacht. Tan weet waar dit aan ligt: “Bedrijven moeten er enorme investeringen voor doen, soms gaat het om tientallen miljoenen euro’s. Dat is niet interessant als ze die systemen alleen voor douanedoeleinden kunnen gebruiken. Ik denk dat de benodigde ICT ook kan worden ingezet voor duurzame handel. En dan wordt het interessanter om te gaan investeren. Als een container met fruit aankomt in de Rotterdamse haven, dan wordt de inhoud vervolgens in vrachtwagens verder getransporteerd. Vrachtwagens stoten veel CO2 uit én veroorzaken een groot deel van de files op de wegen. Maar bananen bijvoorbeeld, die kun je best via de schonere en goedkopere binnenvaart vervoeren, want die worden groen geplukt en rijpen tijdens het transport. Dan moet je wel uit je bedrijfssysteem precies kunnen halen in welke containers de bananen zitten, en in welke de druiven. Daarmee help je als bedrijf de CO2-uitstoot drastisch terug te brengen.”
In het verlengde daarvan is er nog een functie voor de kostbare bedrijfscontrolesystemen: de fairtradecertificering. Bedrijven krijgen bijvoorbeeld zo’n certificaat als zij precies kunnen aantonen welke weg de koffiebonen van kleine coöperaties in Brazilië hebben afgelegd. Tan: “We moeten een drieslag kunnen maken met de benodigde ICT. Die moet niet alleen inzetbaar zijn voor de douane, maar ook voor het terugdringen van CO2-uitstoot én voor fairtradecertificering. Dát zijn namelijk onderwerpen van gesprek voor de boardroom. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is een sterke drive voor bedrijven.”
Toekomst
Er is veel onderzoek nodig om systemen multi-inzetbaar te maken. Bij dat onderzoek zijn verschillende disciplines betrokken. Tan schakelt binnen TBM gemakkelijk met bijvoorbeeld de sectie Filosofie van Jeroen van den Hoven en met de sectie Economie van Infrastructuren van John Groenewegen. Het is juist deze manier van werken die hem twee jaar geleden van Amsterdam naar Delft bracht. “Ik ben ervan overtuigd dat over tien jaar de hele TU Delft langs socio-technische lijnen georganiseerd is. Puur alleen vanuit de techniek werken is niet meer mogelijk. De multidisciplinaire aanpak heeft de toekomst.”
Lees hier de TBM-Quarterly, Jaargang IX, nr. 2.




