NWO subsidie voor TBM onderzoek

Overheidsdiensten hebben behendige, lenige ICT nodig om snel te kunnen inspelen op de steeds veranderende wetgeving. Vandaag de dag kost ze dat veel moeite. Hun ICT-infrastructuur is vaak te star of werkt te veel stap voor stap. Dat moet anders kunnen. Sneller, beter. Maar hoe? De sectie Informatie en Communicatie Technologie (ICT) van de faculteit TBM verricht daar in de komende jaren samen met de Universiteit van Amsterdam fundamenteel wetenschappelijk onderzoek naar. Ook de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) doet mee. Deze samenwerking tussen universiteiten en ‘het veld’ was voor NWO een belangrijke reden om het onderzoeksvoorstel te subsidiëren.

NWO-onderzoek is goed voor de centen en goed voor de naam van de faculteit. Decaan Theo Toonen zei het nog in de vorige editie van TBM Quarterly: “Voor de faculteit is de tweede geldstroom steeds belangrijker. Er wordt steeds meer geld overgeheveld van de universiteiten naar NWO. Bovendien hebben gehonoreerde onderzoeken automatisch een kwaliteitskeurmerk.” Ook om andere redenen dan deze blijk van erkenning, zijn de universitair hoofddocenten Arre Zuurmond en Marijn Janssen in hun sas met het onderzoek. “Dit raakt TBM in het hart. Ons onderzoek heeft de kwalificatie ‘excellent’, het speelt zich af in een multiactor systeem en is maatschappelijk relevant. Het richt zich op een terrein dat internationaal nog vrijwel onbetreden is. Het zit echt op de grens van bestaande wetenschappelijke inzichten.”

‘Oude wereld’
Globaal is het onderwerp van het onderzoek ‘Overheid en ICT’. Meer specifiek is de vraag hoe ICT in de toekomst overheidsorganisaties ondersteunt om snel met nieuwe wet- en regelgeving aan de slag te gaan. In de ‘oude wereld’ kregen overheidsdiensten (Belastingdienst, UWV, IBG, SVB, IND, etc.) nog de tijd om zich voor te bereiden op de komst van een nieuwe wet of de wijziging van bestaande wetgeving. “Die kwam op papier naar hen toe. De afdeling bedrijfsvoering vertaalde die naar nieuwe processen, procedures en werkinstructies en vervolgens zorgde de ICT-afdeling dat alles werd geautomatiseerd. Een jaar na dato draaide het dan”, beschrijven Zuurmond en Janssen. “Tegenwoordig beslist de Tweede Kamer pakweg medio december over een nieuwe wet en twee weken later, op 1 januari, is die al van kracht. Dat leidt tot veel fouten en grote problemen bij de uitvoerende diensten. Daar hebben we de afgelopen jaren verschillende voorbeelden van gezien. Gemeenten die niet wisten waar ze met hun inburgeraars naartoe moesten, tienduizenden belastingaangiften die ineens waren verdwenen…”

Vernieuwing van beleid gaat steeds sneller en nieuwe wetten komen er ook steeds meer. De omgeving waarin overheidsorganisaties van de toekomst (zeg over tien tot vijftien jaar) zal steeds dynamischer en complexer worden. Janssen: “De gedachte achter ons onderzoek is dat de overheid in een fundamentele transformatiefase zit. Binnen onze sectie is een aantal mensen bezig met de vraag hoe die overheid gaat veranderen en welke eisen dat stelt aan de ICT-infrastructuur? Hoe gaat dat met de dienstverlening aan burgers? Hoe verandert de coördinatie tussen overheidsdiensten?” Dit zijn redelijk concrete vragen. Het NWOonderzoek richt zich juist op het abstracte fundamentele vraagstuk. Arre Zuurmond legt dat verder uit.

Drie regimes
“Wetten zijn sturend. Als bijvoorbeeld de fiscale wetgeving verandert, past de Belastingdienst de inrichting van zijn organisatie daaraan aan. Vervolgens wordt ook de ICT-infrastructuur daarop ingericht. In ons onderzoek onderscheiden wij die drie niveaus: het wettelijk/juridisch regime, het organisatieregime en het technologische regime. Alle drie hebben ze hun eigen technologische infrastructuur. Wij gaan in ons onderzoek op zoek naar een beheersbaar regelcomplex tussen die drie infrastructuren, waardoor de hiervoor genoemde trits sneller kan worden doorlopen. Door wetten op een bepaalde manier op te slaan in kennismanagementsystemen kunnen daaruit automatisch de juiste procedures en instructies voor de betreffende organisatie worden gedestilleerd. En die worden vervolgens weer automatisch vertaald in servicegeoriënteerde systemen.”

De vraag of een ICT-architectuur kan worden ontworpen die deze gewenste dynamiek en flexibiliteit aan kan, beantwoorden Zuurmond en Janssen gemakkelijk met ‘ja’. “Maar eenvoudig is dat natuurlijk niet. Met de ICT die in het verleden is ontwikkeld lukt het bijvoorbeeld niet. Die is in beton gegoten. Maar de afgelopen dertig jaar hebben mensen daar wel grote vooruitgang aan te danken gehad, dus ze gooien dat niet zo maar overboord. Het is ook te risicovol om oude systemen weg te gooien. Die wordt vaak deels in de lucht gehouden om in de nieuwe architectuur te integreren. Toch moeten we in plaats van deze monolithische informatiesystemen naar sets van kleinere ICT-componenten, waar je gemakkelijk componenten aan toe kunt voegen of kunt wijzigen. Op alle drie de niveaus moet er meer modulair gewerkt worden.”

Samenwerking
In het NWO-onderzoek richt de sectie ICT van de faculteit TBM zich volledig op de socio-technische kant van de zaak. Het Leibniz Center for Law van de Universiteit van Amsterdam - een belangrijke speler in het juridisch onderzoeksveld - onderzoekt de wettelijke aspecten. De Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) is bij uitstek een organisatie waar al het werk bij wet geregeld is. Dat zijn er wel tien tot vijftien, die bij verschillende ministeries vandaan komen. Soms spreekt alle wetgeving elkaar ook nog tegen. Vandaar dat de IND een goede praktijkpartner is in het onderzoek. “De IND experimenteert met juridische kennismanagementsystemen en servicegeoriënteerde technologie. Wij kijken en denken mee. Het mooie aan de IND is dat zij hun zaken goed op orde hebben waardoor het mogelijk is om zo’n zwaar onderzoek te doen. Als het bij een organisatie alle kanten op schiet, kunnen wij namelijk ook niet zo veel”, aldus  Janssen.

Zuurmond: “De IND is ook een organisatie die vrijwel permanent onder druk van de politiek staat. Zulke organisaties zijn altijd op zoek naar uitwegen en daardoor een voorloper in nieuwe ontwikkelingen. Uiteindelijk profiteren daar ook andere grote uitvoeringsorganisaties van, want ze kampen allemaal met hetzelfde probleem. De NWO waardeerde ons onderzoeksvoorstel mede omdat we er met drie disciplines aan werken, terwijl het ook nog een behoefte van de samenleving dekt. Alhoewel het onderzoek nog in de beginfase zit, merken we al duidelijk dat we elkaar aanvullen en versterken. We weten precies wie wat kan en gaat doen. De samenwerking levert veel toegevoegde waarde op.”

Idols
Zuurmond denkt met plezier terug aan de dag waarop het onderzoeksvoorstel - in een chique hotel in Amsterdam - moest worden verdedigd voor een commissie van twaalf internationale wetenschappers. “Dat was spannend”, zeggen ze over hun eerste ervaring met zoiets ‘Idols-achtigs’. Bijna twee maanden later volgde het bericht dat de subsidie een feit was, een bedrag om vier jaar een onderzoeker in te huren. Toen werd het de kunst om snel een geschikte kandidaat te selecteren. “Goede promovendi zijn immers lastig te vinden en we moesten voor 1 september beginnen, anders zou de subsidie vervallen.”

“We hebben mazzel gehad”, zegt Zuurmond over Yiwei Gong. Hij was een van de opvallendste studenten bij Information Architecture,  kent de achtergronden van het NWO-onderzoek en is zeer gemotiveerd en enthousiast aan de slag gegaan. Janssen: “NWO vraagt goede kandidaten, die het conceptuele vermogen hebben om zo een complexe vraag te begrijpen. Andere bedrijven staan in de rij om zo iemand aan te nemen. Yiwei had voor een goed consultantsalaris en een leaseauto kunnen kiezen, maar ziet dit promotieonderzoek als een goede investering in zichzelf. Het heeft veel energie gekost om dit onderzoek voor elkaar te krijgen, maar nu het eenmaal loopt krijgen wij er alleen maar energie voor terug.”
Inmiddels zijn ze met een nieuw onderzoeksvoorstel ook weer tot de tweede ronde van de NWO-selectie doorgedrongen. “Dit smaakt naar meer.”

© 2012 TU Delft

Metamenu