Optimale kruisbestuiving tussen wetenschap en praktijk

Delft School for Public Management and Technology

 

Nobelprijswinnaars die lezingen geven, inspirerende debatten, masterclasses op topniveau… Als het om ‘een leven lang leren’ gaat, barst het van de activiteiten bij de TU Delft. Echter, de buitenwereld is daarvan onvoldoende op de hoogte. De nieuw te starten Delft School for Public Management and Technology wil daarin verandering brengen. Niet als een fysieke school, maar als een toegangspoort tot de TU Delft campus: dè plek waar het allemaal gebeurt!

Enigszins als los zand worden ze nu aangeboden: de Elsevier Technologiedebatten, de masterclasses en praktijkcolleges bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) en het masterprogramma voor studenten om aantekeningen IenM te behalen. “Hoog tijd dus om ze gezamenlijk stevig op de kaart te zetten”, aldus Willemijn Dicke, universitair hoofddocent Bestuurskunde bij TBM. Zij is samen met Jeroen van den Hoven, Kim Colman, Mark Bosma en Hans de Bruijn kartrekker van de Delft School, op initiatief van decaan Theo Toonen.

De Delft School wil een paraplu bieden om de herkenbaarheid van reeds bestaande initiatieven te vergroten. Dicke: “Maar ook om ontmoetingen te faciliteren tussen de praktijk en het onderwijs en onderzoek waar de TU Delft in uitblinkt. We willen - naast het algemene publiek - investeren in contacten met top executives en topambtenaren in technologiegedreven omgevingen. We willen in boardrooms, bij politici en beleidsmakers aan tafel komen te zitten, om probleemstellingen duidelijk te maken én oplossingen te zoeken. Uitgangspunt is een optimale kruisbestuiving mogelijk te maken tussen onderwijs, onderzoek en agendasetting in het belang van de grote maatschappelijke uitdagingen en hedendaagse internationale ‘Grand Challenges for Engineering’ waar we voor staan en die het CvB van de TUD tot uitgangspunt neemt voor zijn Road Map 2020.”

De Elsevier Technologiedebatten, de masterclasses en praktijkcolleges bij IenM en de mogelijkheid voor studenten om aantekeningen IenM te behalen zijn een bescheiden begin en worden dus onderdeel van de Delft School. Verder wil de Delft School de samenwerking tussen de Universiteit Leiden, de Erasmus Universiteit Rotterdam en de TU Delft – waarvoor de voorzitters van de Colleges van Bestuur al enige tijd een convenant hebben getekend - beter handen en voeten geven. Ter illustratie: nu al organiseert Wijnand Veeneman namens de TU Delft een reeks masterclasses voor het Ministerie van IenM over typische TU Delft onderwerpen. Met de Delft School is het de bedoeling om de serie verder uit te breiden naar zo’n zes middagen en waar relevant tevens de knowhow van de Erasmus Universiteit en de Universiteit Leiden in te brengen.

Superexperts

“Neem een masterclass over het managen van grote infrastructurele werken. De TU Delft kan dan de technologische kennis en management van processen voor haar rekening nemen, Rotterdam kan de economische aspecten belichten en Leiden kan de juridische kennis toevoegen. Zo wordt het nóg interessanter voor de deelnemers.” Een zelfde aanpak kan worden gevolgd voor onderwerpen als kernenergie en nanotechnologie. Dicke: “Topambtenaren en jonge briljante beleidsmedewerkers kunnen dan niet alleen bijgepraat worden over de technologische stand van zaken, maar ook over de economische en juridische aspecten. Het 3TU Ethics Centre biedt expertise van wereldklasse op ethisch gebied. Dat kan allemaal door krachtenbundeling van superexperts van de drie universiteiten.” Maar er staan meer toekomstplannen op de agenda. “We willen bijvoorbeeld ook kortlopende cursussen en masters gaan aanbieden, eveneens in een samenwerkingsverband tussen Leiden, Rotterdam en Delft, in samenwerking met onze internationale partners, bijvoorbeeld in Tokyo, Singapore, Bangalore of Shenzen. Ook dit onderwijsaanbod wordt zeer aantrekkelijk.”

Daarnaast wil de Delft School meer praktijkgerichte PhDopleidingen (PD Eng) aanbieden, een nieuw fenomeen in de wetenschapswereld. “Er zijn veel professionals van een jaar of dertig, veertig, die zich graag willen verdiepen in een bepaald aspect van hun werk en die daarop willen promoveren. Denk aan onderwerpen als risicomanagement, veiligheid, privacy of asset management. Het volgen van een complete wetenschappelijke opleiding staat hen echter tegen. Zij kunnen daarom straks een proefschrift schrijven, volgens criteria die iets anders zijn dan bij de reguliere PhD-opleiding.”
Een ander mogelijk initiatief van de Delft School is het delen van wetenschappelijke kennis over onderwerpen die voor meerdere ministeries relevant zijn. “Neem het zogeheten DNA modelling, dat is één van de speerpunten in onderzoekssamenwerking tussen de TU Delft en het LUMC in Leiden, ook wel medical delta genoemd. Nu al kan met een buisje bloed worden aangetoond welke ziektes iemand waarschijnlijk gaat krijgen. Straks kan dit zelfs al met een wattenstaafje met DNA uit de mond. Of neem de opkomst van de robotica in de operatiekamer. Ook die innovatie staat voor de deur. Dergelijke ontwikkelingen zijn niet te stoppen en hebben een enorme maatschappelijke impact. Het zou mooi zijn als we bijvoorbeeld de ministeries van OCW en Volksgezondheid kunnen bijpraten over wat er zoal mogelijk is, zodat men daar op kan anticiperen.”

Front office

Over de vorm van de Delft School for Public Management and Technology moet het College van Bestuur nog beslissen. Eén ding is echter zeker: er komt absoluut niet een nieuwe campus ter grootte van de huidige TU Delft campus. “We denken eerder aan een front office - een op praktijkmensen toegesneden soort learning centre - in Den Haag, waar een paar mensen werken die de TU Delft en de markt goed kennen. Om die reden werken we ook nauw samen met het Valorisatie Centrum. Die medewerkers kunnen het visitekaartje van de TU Delft zijn en bijvoorbeeld senior visitors uit de politiek de weg wijzen - of letterlijk uitstapjes en excursies organiseren - naar al het bijzonders

Dicke hoopt dat de Delft School in september van start kan gaan. De planning is dan om in de eerste drie jaar het laaghangend fruit, dus de bestaande initiatieven, aantrekkelijk aan te bieden door ze meer te bundelen en binnen één portfolio te presenteren aan belangstellenden, bijvoorbeeld in Den Haag, maar ook de leden van achterliggende maatschappelijke en economische (top)sectoren. Zo kunnen bijvoorbeeld conferenties van Next Generation Infrastructures en het Delft Centre for Entrepreneurship onder dezelfde vlag worden gepresenteerd voor beleidsmakers, bedrijfsleven en nutssectoren.

In het derde tot vijfde jaar ligt de nadruk op het onderwijs en onderzoek op hoog niveau. Er worden dan zeer gespecialiseerde cursussen aangeboden voor top executives, zowel binnen als buiten de overheid. Top executives kunnen dan een case inleveren, bijvoorbeeld over asset management of risicomanagement. Er worden dan experts van de TU Delft en van andere universiteiten ingevlogen om zich daar online en desgewenst ook tijdens bijeenkomsten over te buigen.

Verder ligt er de ambitie om onder meer met de National University of Singapore en andere universiteiten een onderzoekspoot op te zetten binnen de Delft School. Zo kan er een internationaal ‘klasje’ worden samengesteld op het gebied van bijvoorbeeld watermanagement, een onderwerp waar de TU Delft in uitblinkt. Dicke: “Een leven lang leren begint bij de Delft School dus bij masteropleidingen waarin we naast de theorie ook de praktijk inbrengen. Vervolgens kunnen mid-career mensen een complementaire master volgen. En op termijn kunnen topclasses met korte cursussen door toponderzoekers de nieuwste kennis bijtanken. Er is kortom voor elk wat wils.”

Lees verder in de TBM-Quarterly, Jaargang IX, nr. 2

 

© 2012 TU Delft

Metamenu