EDGaR projecten bij TBM
- De slimme organisatie van een dom netwerk
- Up stream - down stream
- De toekomst van de energievoorziening
- Wijzigende regelgeving vergroot onzekerheid in de energiesector
Gerard Dijkema

Mark de Bruijne

Martijn Groenleer
De slimme organisatie van een dom netwerk
EDGaR projecten bij TBM
De structuur van de gassector verandert. Tot nu toe was de gasvoorziening bilateraal geregeld. Een op een verbindingen bepaalden het beeld. Maar de laatste jaren importeert Nederland ook gas vanuit andere Europese landen. Daarnaast komen er nieuwe, (duurzame)energievormen zoals zonne- en windenergie, biogassen en synthetische gassen. Zeker is dus dat het gastransportnetwerk aangepast moet worden. Daar zijn allerlei partijen bij betrokken met uiteenlopende en soms tegenstrijdige belangen. Die belangen moeten met elkaar in balans worden gebracht. Dit vereist een slimme organisatie van de gassector.
Geen technisch probleem
“Techniek is dus niet het probleem”, zegt Gerard Dijkema, sectie Energie en Industrie en leider van het in september gestarte project ‘Operating the gas transmission system: institutional design challenges and solutions (TransGasID)’, deelproject van EDGaR, hij onderzoekt hierin hoe die uiteenlopende belangen met elkaar in balans gebracht kunnen worden. Hij doet dit samen met Dr. Martijn Groenleer en Dr. Mark de Bruijne van de sectie Beleid, Organisatie, Recht en Gaming en Dr. Aad Correljé van de sectie Economie van Infrastructuur. “Het gastransportnetwerk in Nederland is een simpel en overzichtelijk netwerk met leidingen door heel Nederland”, licht Dijkema toe. “Uitbreiding en aanpassing van het netwerk op andere gaskwaliteiten is relatief eenvoudig.”
De problemen zijn vooral van geopolitieke aard vertellen de onderzoekers: wie krijgt wat, wanneer, hoe en voor welke prijs? Correljé: “Willen we in Nederland bijvoorbeeld betalen voor transport van gas naar het buitenland? Wat is de waarde van het gastransportnetwerk? Is dat alleen de waarde van de pijpen? Of ook de waarde van de mogelijke opbrengsten, winsten bij im- en export van gas? Wat is de waarde van de in Nederland verworven kennis? Kunnen we daar meer mee doen? Vragen waar verschillende belangen spelen en verschillende partijen een antwoord op moeten geven.”
Partijen en belangen
Als voorbeeld twee grote partijen en hun belangen. De Transmissie Systeem Operators (TSOs, door de onderzoekers centraal gesteld in het onderzoek). Zij zijn verantwoordelijk voor het vervoeren van gas via het bestaande netwerk. Gas Transport Services (GTS) is de beheerder van het gastransportnet in Nederland en verantwoordelijk voor het gastransport en de ontwikkeling van het binnenlandse gastransportnet en de bij behorende installaties. Zij hebben een monopolie in Nederland maar zijn ook eigenaar en beheerder van een deel van het Duitse transportnet. Zij willen dat Nederland zich verder ontwikkelt als de gasrotonde van Europa en dat de gasmarkt zich ook verder ontwikkelt. Zij hebben een lange-termijn visie. De nationale toezichthouder, de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), legt vooral de nadruk op de korte termijn. Zij willen Nederlandse gebruikers graag laten zien dat de (transport)kosten omlaag gaan. Geen nieuwe infrastructuur en dure aanpassingen aan het bestaande pijpleidingennetwerk. Doelstellingen die wrikken. Dijkema: “De transportkosten vormen maar een klein deel van de gasprijs. Het gaat om de dynamiek en volatiliteit van de markt. Blijft het stabiel en beheersbaar?” Correljé: “Hoe moet je nu tot een Europese gasmarkt komen als iedereen alleen maar voor het transport van zijn eigen gas wil betalen? Eigen gas eerst? Wij rijden ook over Franse snelwegen naar de zon.”
Typisch TBM
En dan hebben we het alleen nog maar over partijen op nationaal niveau. “Inmiddels is er een Europees netwerk van TSOs, en een Europese toezichthouder. De vraag is welke rol die moeten maar vooral ook kunnen spelen, gegeven de sterk uiteenlopende nationale belangen. Dit alles maakt het een typisch TBM-vraagstuk”, aldus Groenleer. “Op gestructureerde wijze die verschillende zienswijzen met elkaar in balans brengen”. “Hoe het zo te organiseren dat verschillende belangen met elkaar in balans komen.” De Bruijne voegt daar nog aan toe: “Daarbij hebben we natuurlijk ook veel en vaak bedrijfsgevoelige data nodig die we boven tafel moeten zien te krijgen, een hele klus.” Dijkema: “De uitkomsten van het onderzoek zullen de partijen in de gassector helpen om vanuit een integraal perspectief na te denken over de toekomstige uitdagingen inzake gastransport.”




